Brand topt volledig Nederlands podium op de Citadel van Namen

Lucinda Brand was de beste vrouw tijdens de Telenet UCI World Cup in Namen. In de wereldbekerwedstrijd op de Citadel van Namen, onderdeel van de Soudal Classics, was de Nederlandse de snelste voor twee landgenotes.

Nederlandse hegemonie bij de start, want Annemarie Worst, Denise Betsema en Marianne Vos gingen als eersten over de vettige schuine strook. Nikki Brammeier was de eerste niet-noorderbuur in het gezelschap van onder meer Lucinda Brand. Sanne Cant zat in de tweede ronde al op de 21ste plaats op 49 seconden en zou nooit in het stuk voorkomen.

Brand besloot om bij het ingang van de derde ronde in de aanval te trekken. In geen tijd nam de Nederlandse kampioene zestien seconden op meervoudig wereldkampioene Vos. Die kreeg het gezelschap van Brammeier en Worst. De race voor de eerste stek was intussen gereden, want Brand was duidelijk de sterkste op de Citadel. Vos slaagde erin om haar tweede plaats te consolideren, Worst zorgde voor een volledig Nederlands podium. Al had ook Jolanda Neff daar niet misstaan. De Zwitserse reed een uitstekende race vanaf een verre startrij met onder meer de snelste ronde van de wedstrijd en eindigde uiteindelijk als vijfde.
Brand: ‘Schuine kant ging lekker’
Modderig en nat, maar Lucinda Brand had er niet al te veel last van. “Heel prettig”, omschreef ze de ervaring in Namen. “Dit is gewoon een keiharde en zware omloop. De schuine kant ging inderdaad lekker. De techniek gaat altijd beter als je goed rijdt. Je kan je blijkbaar beter concentreren.”

Een tweede Wereldbekerzege is ook voor Brand een lichte verrassing. “Het is gewoon een bevestiging dat ik op het hoogste niveau kan winnen. Zeker als ik dan zo’n mooie cross als deze kan winnen.”
Worst: ‘Ik blijf stappen zetten’
Europees kampioene Annemarie Worst kwam bibberend binnen in de perstent, half verwaaid maar snel weer haar vrolijke zelve. “Het was zwaar”, trapt ze een open deur in. “Vooral die loopstukken en die beklimming op het einde. Dat is een zwaar stukje. Het is ook allemaal zo steil. Vorig jaar was ik vijftiende of zo. Een echt verschil dus. Ik merk dat ik stappen blijf zetten en vooral ook regelmatig ben. Ik heb geen grote pieken of dalen meer. Een Nederlands podium is ook al tof.”