Voormalig wereldkampioene probeert uit diep dal te kruipen: “Paar keer gedacht aan stoppen”

In januari 2016 pakte ze op het circuit van Zolder nog de wereldtitel veldrijden, maar sindsdien gaat het bergaf met Thalita de Jong. Van de ene ziekte in de andere blessure en de keuzes die ze maakte bleken niet altijd in haar voordeel uit te draaien. Al is het achteraf natuurlijk makkelijk praten. Feit is dat de Nederlandse nu bijzonder hard aan haar fysieke en mentale comeback timmert.

Anno 2017 reed De Jong voor Lares-Waowdeals, maar dat werd een niet wat ze ervan verwacht had (lees hier). Fysiek weer richting top wilde ze ook mentaal een frisse wind voelen, en dus koos ze voor 2018 voor het nieuwe project Experza-Footlogix. Begin februari voelde ze zich weer beter en werd ze nog toegevoegd aan de Nederlandse selectie voor het WK veldrijden in Valkenburg – in eigen land . De Jong reed uit, maar een succes werd het niet. Een voorbode voor wat komen zou in 2018?

Overreached
“Achteraf is het natuurlijk altijd makkelijker praten”, beseft ze. “Ik heb keuzes gemaakt en die zijn helaas niet helemaal goed uitgepakt. Ik had het in ieder geval anders gehoopt en ook wel verwacht. Uiteindelijk kreeg ik in juni hulp vanuit de KNWU. Ze zetten me aan om nog eens extra onderzoeken te laten doen bij een professor aan de Universiteit in Brussel. Ik ben een halve dag op de campus geweest en ben geheel op verschillende manieren getest en onderzocht.”

De conclusies waren hard, maar niet geheel onverwacht, zo lijkt ons. “De arts heeft alle resultaten naast elkaar gelegd en daar kwam uit dat ik overreached ben, een vorm van overtraining”, zegt De Jong. Wanneer je overreached bent, voel je je vaak moe, heb je minder zin om te trainen en kan het zijn dat het voelt alsof je pap in je benen hebt. Daarnaast slaag je er niet in om je gebruikelijke prestatieniveau te behalen. “Per direct mocht ik geen koersen meer rijden en ik moest rust nemen en het stellen met korte hersteltrainingen”, zucht De Jong.

Prikkels
“Maximaal een keer of 3 per week mocht ik een uurtje, soms anderhalf uurtje losfietsen. En dan nog het best zonder echt kracht te ontwikkelen op de pedalen. Ik heb dan met mijn trainster en de arts een nauw schema opgesteld met dingen die wel en wat niet mochten. Trainingsuren werden serieus teruggeschroefd, waardoor ik meer kon rusten en mijn lichaam beter kon herstellen. Persoonlijk was het ook beter om individueel door te gaan. Ik kon en mocht niet koersen en mijn trainingsarbeid stond op ene laag pitje. Ik had dus nog weinig te bieden aan het team. De samenwerking met de ploeg stopte dan ook per 1 juni.”

Langzaam aan lijkt het met Thalita de Jong weer de goeie kant uit te gaan. “Ik voel me positiever en ben weer gelukkiger in alles wat ik doe en kan doen. Dat is voor mij persoonlijk heel belangrijk, want ik heb vaak op het punt gestaan om gewoon te stoppen met fietsen. Het was het mij allemaal niet meer waard. Toch heb ik doorgezet en met een beperkt aantal mensen een wereldje gecreëerd om me heen. Ik sta nu alweer een stapje verder. Eind van de maand moet ik terug naar Brussel om alle onderzoeken en testen te herhalen en te zien hoe mijn lichaam nu zal reageren op prikkels. In oktober zal ik de uitslagen hebben en kan ik samen met de arts en mijn trainer bepalen hoe we verder doorgaan.”

Doel voor ogen
Té ver vooruit wil De Jong nog niet kijken. “We gaan zien wat de toekomst brengt. Het is moeilijk, omdat niemand weet hoeveel tijd deze blessure vergt. Maar 1 ding is belangrijk: een doel voor ogen hebben. Op mijn gemak, zeker niet gehaast, werken aan mijn comeback in het peloton. Het plezier is al terug, en dat is voor mij op dit moment het belangrijkste. De rest komt vroeg of laat vanzelf.”